De Maan

Of

Wat er besloten ligt in een Satellietpositie

 

22.17

bladzijde 17 van 24

 

Maan en Saturnus

Een goede spiegel is dus zoveel mogelijk vlak; hij bobbelt of vertekent niet (6.2), zoals lachspiegels dat wel doen. Ook is zijn onderlaag voldoende reflecterend, zodat het teruggegeven beeld voldoende lichtsterk is. Hiervoor zijn de gecombineerde kwaliteiten van Maan en Saturnus nodig: de oppervlakte spanning van de Maan en de ondoordringbare laag van Saturnus leveren samen een goede spiegel op.

 

Emancipatie en differentiatie

Als vrouw en man vormen Maan en Saturnus een onlosmakelijk duo in natuur en ziel. In het werk van Erich Neumann (20) zagen we al hoe beide zich aan elkaar ontwikkelen en daarbij in eigenheid en individuatie toenemen. Deze beide kwaliteiten van Maan en Saturnus zijn voor de spiegelfunctie nodig. Gerichte spiegeling is er dus niet van nature, maar vraagt differentiatie van functies in de ziel en een bewuste omgang daarmee. Zodra deze er is kan de spiegel gericht als instrument gaan functioneren. Dit zal hierna worden toegelicht.

Het getoonde beeld kan mogelijk confronterend zijn. Het kan immers ook creëren, zowel in positieve als in negatieve zin. Voor een horoscopisch consult geldt daarom wel een volwassen geworden Maan bij beide partijen als voorwaarde.

 

Voortgezette spiegelwerking

Vanuit het Ich wordt in de spiegel van de ziel het Es zichtbaar. Op dezelfde wijze (18.5) komen nu ook de planeten buiten de baan van Saturnus in beeld, zij het dat dan het spiegelvlak ook bij Saturnus gaat functioneren. Het zal dan ook niet verbazen dat in de nog te bespreken betekenissen van de planeten achter de baan van Saturnus deze beide spiegelvlakken een rol gaan spelen. Hierbij zij opgemerkt, dat de betekenissen van de transsaturnale planeten niet kunnen worden afgeleid uit louter spiegeling alleen: door de lenswerking van de Maan komen deze ook als octaaf tevoorschijn (10.2).

 

Voordoen en nadoen

Vormen werken vormend. Zo is het ook met de beelden die we van onze omgeving voorgespiegeld krijgen. In opvoedingssituaties wordt vaak met beelden gewerkt. Het vertellen van sprookjes en verhalen is daarvan een voorbeeld. Deze beelden hebben invloed, evenals de wijze waarop die worden aangereikt. Ook het bekijken van films of het lezen van boeken biedt ons een eigen virtuele ervaringswereld. Het vóór-beeld werkt in ons nà.

 

De Maan als instrument

Naast de imitatie kan ook in het beeld-zelf enige sturing aanwezig zijn. Dit gebeurt wanneer de spiegellaar een eigen bedoeling heeft met het beeld dat hij aanreikt.

Bij een volkomen vlakke spiegel speelt zo'n intentie niet mee. Het brandpunt ligt dan oneindig ver weg en valt zodoende buiten het bereik van het Ik. Maar wanneer de Maan, bijvoorbeeld in opvoedingssituaties, betrokken is op haar pupil ontwikkelt zich in haar een omhullende houding, waarin haar spiegel hol wordt en de aura van haar pupil omvat (*). Het brandpunt ligt dan niet meer oneindig ver weg maar valt nu wel binnen het bereik van het Ik. In de beeldvorming is zo de intentie (lees: het Ik) van de spiegellaar aanwezig. Hiertoe laat de Maan de betrekking op zichzelf tijdelijk los om te kunnen dienen als instrument voor opvoedkundig handelen.

Met een holle spiegel kan het beeld worden gefocust of juist verstrooid, terwijl een bolle spiegel het beeld buiten het bereik van de ontvanger voert. Echter, beide spiegels bieden meerdere vormen van reflectie.

In tekst 18.5 werd het belang van deze werking al genoemd. We zullen deze nu dan ook gaan bespreken.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten, forum